Etiketten van de hoge nood

februari 25, 2011

Soms is je hoofd als een toiletpot en moet je even doorspoelen. Het zijn vaak de kleine dingen die je aan het denken zetten. Sinds ik deze spreuk op een niet nader te noemen toilet van een tegeltje plukte, ben ik over andere dingen gaan nadenken. Of beter gezegd: anders over dingen gaan nadenken. En sindsdien werk ik aan een geschrift. Een Bijbel voor toiletbezoeken.

Aangezien ik met een aanzienlijk aantal mensen in één huis woon, kun je er vergif op innemen dat er vroeg of laat een keer heibel uitbreekt. Het eerste stadium kenmerkt zich door gefluister op de gang en hard dichtslaande deuren als er iemand voorbij loopt. De sfeer slaat merkbaar om. Er worden medestanders voor een revolutie gezocht en langzaam maar zeker verandert het anonieme gefluister in een zelfverzekerde schreeuw. Viva la revolución! Het meest recente twistpunt is het toiletbezoek en dan in het bijzonder de wc-bril. En laat dat nou toevalligerwijs een van de zaken zijn waar ik, indien me dat leuk had geleken, in de eerste alinea naar had kunnen verwijzen.

Ik ken ze hoor. Mensen die zichzelf voor een dagdeel op het toilet opsluiten om er de hele familie Barbapapa uit te poepen en in de tussentijd op hun elfendertigst een boek uitlezen. In mijn Bijbel zou het de dader van zo’n vergrijp een handvol Weesgegroetjes aan boetedoening kosten. En een recidivist mag geheel in de lijn met de grote Bijbel op een krans van rozendoorns gaan zitten. Eens zien hoeveel bladzijden hij dan nog gelezen krijgt.

Zonder mezelf al te veel op de borst te willen kloppen, kan ik met een gerust hart stellen dat ik een vrij sociaal toiletbezoeker ben. In ieder geval een stuk socialer dan de meeste andere mannen. De bril gaat omhoog als ik moet plassen en als alles achter de rug is, klap ik hem netjes weer omlaag. Er blijven geen ongewenste druppels achter op plekken waar ze niet horen en de dame na mij hoeft haar vingers niet te bevuilen aan het naar beneden doen van de bril. Iedereen tevreden.

‘Vanwaar dan alle ophef?’ hoor ik u denken. Ik zou liegen als ik zei dat ik niet hetzelfde dacht. Echter, als ik mijn vrouwelijke huisgenootjes mag geloven, dan deelt niet iedereen mijn vrouwvriendelijke toiletvisie. Sterker nog, een aantal mannelijke huisgenoten hangt een wat meer geëmancipeerde theorie aan en maakt er een sport van om waar mogelijk over de bril heen te druppelen. Wat betreft het omlaag doen van de bril koesteren ze een adagium waar zelfs de meest doorgewinterde feminist een puntje aan kan zuigen. ‘Wij doen ‘m omhoog, jullie omlaag.’ Met het oog op de nog immer toenemende emancipatiedrang van de meeste vrouwen, is daar geen speld tussen te krijgen. Toch wil ik in mijn Bijbel het vrouwelijke geslacht en alle mannen die zittend plassen tegemoet komen. Zoals de grote Bijbel een leidraad is voor alle Christenen, zo moet mijn geschrift duidelijkheid scheppen voor iedere toiletbezoeker in het land. Man of vrouw, homo of hetero, PVV-er of SP-er. Voor iedereen geldt dezelfde regel.

De bril gaat omlaag, uit pure hoffelijkheid.


Mea Culpa

december 15, 2010

Dames en heren,

Mijn naam is Thei Houben en ik ben u mijn excuses verschuldigd. Het handjevol twitterberichten over deze vergadering is van mijn hand. Ik hoor u mompelen en zie hier en daar een gezicht vertrekken, maar wees gerust. Het was pure liefde. Onschuldig en alles behalve verraderlijk.

Het waren berichtjes, amper 140 tekens lang, over hoe onze uiterst charismatische erevoorzitter zijn bezielende betoog begon met de nu al historische woorden ‘van Praag is mijn naam’. Liefde voor de bescheidenheid waarmee de voorzitter die ons zoveel prijzen bezorgde zichzelf voorstelde. Moeilijk lijkt me dat, jezelf voorstellen aan ruim driehonderd mannen en een handvol vrouwen waarvan je weet dat ze je allemaal kennen en zelfs verafgoden. Maar van Praag deed het. En hoe!

Het was pure liefde voor Wim Schoevaart, ruim 92 jaar, maar scherper dan menigeen. Met zijn driehonderden hielden we onze adem in toen hij het woord nam en ondanks de aanmaning van voorzitter Coronel om het vooral kort te houden, nam Schoevaart een warme duik in de geschiedenis. ‘Het bestuur in 1963…’ Prachtig en vooral ontroerend.

Barry Hulshoff, ex-speler en ooit assistent van Johan, kwam honderden kilometers vanuit België gereisd en mocht een oplettende ArenA-medewerker dankbaar zijn. ‘Een BMW met een Belgisch kenteken heeft zijn lichten nog aanstaan. Wie-o-wie?’ Driehonderd Ajacieden draaiden zonder uitzondering hun hoofd naar de plek waar Hulshoff even daarvoor nog zat. Gelach klonk door de zaal en achter het gordijn zagen we nog net de lange manen van Barry wapperen, op weg naar zijn auto. Ook dat is Ajax, toch?

En Jan van Eijden, die op geheel eigen wijze zijn speech afsloot met de Rotterdamse slogan ‘Geen woorden maar daden’, weet u dat nog? Was dat geen staaltje Amsterdamse bluf? Wat maakt het uit, ook daarvan hebben we genoten.

Zo ziet u, er stonden geen staatsgeheimen in mijn berichtjes, geen bom onder de fluwelen revolutie van Johan. Het was slechts liefde voor een club, uitgedrukt in een paar simpele woorden. Liefde voor de mensen van die club en hun teksten, die ik vooral niet wilde vergeten. Mooie, humoristische en met name ontroerende momenten van Ajax’ erfgoed. En hoewel deze vergadering en de inhoud daarvan voor louter leden toegankelijk is, verdient de supporter misschien wel een onschuldig kijkje achter de schermen. Ook al gaat het maar om een nietszeggende quote van een clubicoon of een antwoord op de vraag of Johan aanwezig is. Vindt u niet?


Dwaasheid

oktober 1, 2010

Ik wil je graag vertellen wat er rondspookt in m’n hoofd. Zou iemand mij het zeggen, zou het nooit hebben geloofd. [1]

M’n stiltes vallen op. De minuten verstrijken gestaag terwijl ik hopeloos verdwaal in haar grote mooie ogen. Een beetje groen en iets meer bruin. Alsof je door een bos loopt en de lente kan ruiken. Het gesprek dat ze voert met een vriendin gaat volledig aan me voorbij. Als ze plots opkijkt en vraag wat er is, mompel ik wat onverstaanbare woorden om vervolgens snel weg te kijken. M’n eigen lafheid overvalt me. Ik denk met m’n benen en zou het liefst hard wegrennen. ‘Ik wil je graag vertellen, maar ik kan niet, weet niet hoe.’

Il n’y a pas d’amour perdu.

Verliefdheid heeft onmiskenbare gelijkenissen met huiduitslag. De gedachte alleen al maakt het heviger en erger. Het bieden van weerstand lijkt op voorhand zinloos, maar is vooralsnog het enige wat ik doe. Het kriebelt, maar als ik krab  wordt het niet minder. Het brandt, maar als ik blus, dan dooft er niets. Het beweegt, maar als ik slaap blijft het wakker. Verlangen maakt me onrustig als een klein jochie op de vooravond van z’n verjaardag. In de liefde is niets meer overtuigend dan een moedige dwaasheid. Ik weet wat er komen gaat.

Een grote hartstocht moet je volgen.


[1] Acda en de Munnik – Wacht Op Mij


Geduld

september 16, 2010

Verliefdheid, dat is een smal kronkelig weggetje richting liefde, vol kuilen en verraderlijke vallen. Een route die je onder normale omstandigheden links laat liggen. Toch slaat menigeen, wellicht in een vlaag van verstandsverbijstering, telkens weer linksaf waar rechts veiliger lijkt. ‘Liefde is voor drie vierden nieuwsgierigheid.’ Het was Giacomo Casanova zelf die deze woorden ooit, ergens middenin de 18e eeuw, liet optekenen. Nieuwsgierigheid leidt ons dat kronkelweggetje op, krenkt hier en daar wat trots en breekt soms een ego.

Sinds kort ben ik nieuwsgierig. Het lijdt nauwelijks twijfel dat ik aan het begin van een kronkelpad sta. In de verte zie ik hier en daar een afgrond en op sommige plekken kronkelt het wat heviger dan op andere. In een ideale wereld ga je op pad en kom je de persoon die nieuwsgierigheid opwekt ergens halverwege tegen. Gedeelde smart is immers halve smart. In minder utopische omstandigheden wil of durft één van beiden het pad niet of slechts gedeeltelijk op. Wat rest is dan een salade van geduld en hoop.

Als liefde een kaartspel was, dan zou geduld de troef zijn. Te veel heeft, onder het mom ‘overdaad schaadt’, vaak een averechts effect. Het is vergelijkbaar met arsenicum: een beetje sterkt de liefde, veel doodt haar. Anders gezegd: geduld heeft veel weg van alcohol. Geniet, maar (drink) met mate.

De vrouw die ik halverwege mijn kronkelpad tegen wil komen is mooier dan alle andere. Zij is net als kunst en wetenschap: ze wil veroverd worden. Helaas voor alle jagers geeft ze het begrip geduld een geheel nieuwe dimensie; engelengeduld wordt het in de volksmond genoemd. Als ze uiteindelijk besluit om het kronkelpad te verkennen, zal ze langzaam lopen zodat ze langer mooi zal zijn. Er zal naar haar gekeken worden, omdat het onmogelijk is niet te kijken. En tenslotte zal er gezwegen worden, omdat woorden tekort schieten.

Een dag hier is al te lang. Ze maakt me boos, ze maakt me bang. Ze trekt me aan, ze duwt me aan. Ze trekt me aan, ze duwt me weg. Ze trekt me aan.


Payback

juni 14, 2010

De grauwe achterstandswijken van Blagovesjtsjensk zijn architectonische hoogstandjes vergeleken bij de VU. De betonnen setting in Buitenveldert staat algemeen bekend als het meest deprimerende gedrocht van Amsterdam.  Het is vroeg deze maandag. De tentamens staan voor de deur en vanmiddag speelt onze nationale trots zijn openingswedstrijd tegen de immer onverstoorbare Denen. Onder deze omstandigheden loop ik naar de VU om me in te schrijven voor een tentamen. Het systeem wat daar doorgaans voor gehanteerd wordt vertoont kuren, zo werd mij per e-mail duidelijk gemaakt. ‘Wij hebben u niet kunnen inschrijven voor de volgende tentamens: Burgerlijk Proces en Insolventierecht.’

Om precies half tien sta ik geknipt en geschoren bij de juffrouw van de studentenbalie, die me vervolgens met een glimlach doorverwijst naar het studiesecretariaat ettelijke verdiepingen hoger. Sportief als ik ben besluit ik om de lift links te laten liggen. Zo’n 250 trappen later loop ik lichtelijk hijgend door de allerminst inspirerende gangen van de VU. Een blauw bordje licht op in de verder kale gang: ‘Studiesecretariaat, geopend van 10.00 – 16.00’. Een half uur wachten, dat zal m’n humeur goed doen.

Het is tien over tien als de deuren opengaan. ‘Zit je al lang te wachten?’ Een naar pindakaas ruikende vijftiger kijkt me vragend aan, terwijl ze de laatste restjes van haar boterham naar binnen propt. ‘Ik kom me inschrijven voor m’n tentamen.’ begin ik vol goede moed. Een tweede vrouw komt achter haar computer vandaan. Een type waarbij je zelfs met mijn gebrek aan mensenkennis moeiteloos ziet dat ze zo vals als een kat is. Kort haar met geverfde  blonde strepen, hip brilletje en gekleed in felle lompen stof, die futloos langs haar ietwat corpulente lijf bungelen. ‘Je komt je inschrijven voor je tentamen? Dat zijn vragen die je moet mailen.’ bijt ze me toe. Ze heeft een stem die uitstekend bij haar uiterlijk past. ‘Mevrouw’, antwoord ik, terwijl m’n ergernis rijst, ‘Ik stelde geen vraag, maar wil me slechts inschrijven voor een tentamen. Kunt u dat voor mij regelen? En dat laatste is overigens wél een vraag.’ Met een blik vol minachting kijkt ze me aan, klaar om te vuren. ‘Je bent een dag te laat, het gaat je €22,50 kosten.’ Gelukkig schiet haar collega, de pindakaasvrouw, me te hulp.

Als ik ingeschreven en wel de ruimte uitloop, wens ik beide dames een fijne middag en veel kijkplezier bij de wedstrijd van Oranje toe. ‘Of moeten jullie dat missen?’

Payback’s a bitch!

PS Over payback gesproken. Ik acht de kans aanzienlijk dat volgende week blijkt dat ik niet sta ingeschreven voor m’n tentamen. Ergens op de vijfde verdieping schalt dan hoogstwaarschijnlijk een vals hoongelach door de krochten van de VU en lachen twee vrouwen hun gele tanden bloot.


Lief of leed?

april 26, 2010

Bzzz! Ik schrik op van een vreselijk geluid. Een oorverdovend gerinkel, midden op de dag. Terwijl buiten de vogeltjes en de bouwvakkers – het is immers nog altijd recessie – onverstoorbaar verder fluiten, doe ik de voordeur open. Een goede vriend, verantwoordelijk voor het afschuwelijke geluid van luttele seconden geleden, stapt na de gebruikelijke begroetingen mijn zorgvuldig van kaarsjes en andere tierelantijntjes onthouden testosteronpaleis binnen. Voor we goed en wel een voet over de drempel hebben gezet, steekt hij van wal over het wel en wee van de afgelopen dagen. Voornamelijk het wee komt ter sprake. Zijn voormalig vriendinnetje, voorheen tot vervelens toe bestempeld als de vrouw van zijn leven, heeft hem zonder blikken of blozen en voor volk en vaderland aan de kant geschoven. Volledig ontgoocheld en lichtelijk geëmotioneerd neemt hij op de bank plaats. Iedere beweging verraadt de hunkering naar een liefkozende vrouwenhand. Het verlangen en de onmacht vechten om een plek in zijn blik. Alsof je naar een priester kijkt terwijl de zomervakantie voor de deur staat. Mijn vriend zucht diep. Twee jaar lang heeft hij de liefde met een vrouw gedeeld. Jaren van vriendschap en intimiteit, waarna ze zonder pardon zijn hart brak. En dat is waarschijnlijk koren op de molen voor mensen zoals ik, die zoveel bindingsangst hebben dat ze hun schoenveters niet eens durven te strikken.

Een goede vriend onderscheidt zich in tijden van nood. En zoals een goede vriend betaamt laat ik zijn klaagzang als een koude douche op een winterse ochtend over me heen kletteren. Ondertussen open ik met een subtiele zwier, in de hoop er wat eetbaars te vinden, de deur van mijn rijkelijk gevulde koelkast. Mijn blik blijft hangen bij een pak melk, waarmee ik inmiddels een langere relatie heb dan met mijn laatste ex-vriendin. Een handvol maanden valt nauwelijks een relatie te noemen, maar de overeenkomsten met het pak melk uit mijn koelkast zijn onmiskenbaar. Er zijn slechts enkele weken voor nodig voordat de melk aan alle denkbare kanten begint te klonteren. Twee jaar, zo lang heeft de relatie van mijn vriend en zijn droomvrouw geduurd. Wat een enorme klonters moeten dat geweest zijn.

Wanhopige onbeantwoorde liefde. Het is als sterven, maar niet doodgaan.* Ondanks de kans op een martelgang en waarschuwingen van vriend en vijand, trappen we telkens weer met beide voeten en open ogen in de val der verrukking. De onbevangenheid van liefde is een gevoel en daarom zelfs niet met de mooiste woorden te omschrijven. Het is een gevoel, in mijn gedachten het best te vergelijken met het Nederlands elftal op een wereldkampioenschap. De roes van onoverwinnelijkheid. De spanning wanneer het fout dreigt te gaan en boven alles de ultieme vreugde bij een doelpunt. Wie er dan ook naast je staat: je beste vriend, de liefde van je leven of de Chinees van om de hoek; het doet niet ter zake. De tijd staat stil en zorgen bestaan niet.

Krap twee uur later is mijn vriend het leeuwendeel van zijn frustraties kwijt. Alles heeft hij in de strijd gegooid om me te overtuigen van de noodzaak van het vrijgezellenbestaan. Pijnlijke verhalen over vervelende, op de klippen stukgelopen relaties en een uiteenzetting over de verstikkende dwangbuis die liefde heet. Ik knik instemmend, maar verlang stiekem naar de zomer. Naar het WK.

* vrij naar Acda en de Munnik – Zitten Voor de Blues


Niets

maart 30, 2010

De 30ste verdieping was voor mij niet hoog genoeg. Ik keek uit over de stad, over het water. Ik zocht naar iets van jou, maar vond alleen iets van mezelf. Het zei me niets, dat was voor later. [1]

Na drie kwartier ontspanning in een heet bad, loop ik met slechts een handdoek om m’n middel naar het balkon. Twee deuren zwaaien open en frisse lucht komt me tegemoet. Warmtedampen stijgen van m’n lichaam omhoog, terwijl condens zich langzaam maar zeker een weg naar beneden druppelt. De stangen van de balustrade zijn koud. Ik pak ze vast en staar de verte in. De zon zakt langzaam onder de horizon en een oranje gloed verspreidt zich over de stad. Amsterdam wordt bedekt met lente. Enkele minuten verstrijken, maar het lijken uren. De wind voelt zacht en waait door m’n nog natte haar, dat lichtjes meedeint op het ritme van de lente. De lucht ruikt naar jasmijn. Als er ooit een antwoord komt, dan komt het nu. Het blijft stil. Niets dan leegte.

Je bent naast me komen staan, terwijl een traan tergend traag zwicht voor de zwaartekracht. Langzaam, van je ogen naar je wang, je mondhoek, kin. Slechts een spoor van nattigheid blijft achter. Alles wat zo mooi had kunnen zijn, gevangen in een druppel. Hij valt na een lichte aarzeling op de stenen vloer uiteen. Onze blikken kruisen. Je ogen verraden de berusting en ik weet dat het altijd stil zal blijven.

And we’re standing outside of this wonderland. Looking so bereaved and so bereft.
Like a bowery bum when he finally understands. The bottle’s empty and there’s nothing left. [2]


[1] Bløf – Barcelona

[2] Dire Straits – Your Latest Trick


Licht uit, zelfspot aan

maart 27, 2010

Enkele weken geleden, toen ik nietsvermoedend met wat vrienden door de plaatselijke Albert Heijn liep om versnaperingen voor het weekend in te slaan, sloeg de schrik me om het hart. Ludo Sanders, Neerlands meest gevreesde schurk stond in de  supermarkt. In mijn supermarkt. Op de zuivelafdeling nog wel, de schoft! Vast en zeker een aanslag aan het beramen. Instinctief keek ik of de uitgangen vrij waren en zonder lang te twijfelen trok ik mijn vrienden mee de winkel uit. Eenmaal buiten aangekomen gleed de verlammende werking van schrik en spanning sneller van ons af dan kleren van een hoer op de Wallen. De zuurstof in de lucht was bijna te proeven. Bevrijding, zo moet Nederland zich in ’45 gevoeld hebben.

Televisie, ik ken mensen die niet zonder kunnen. Een dag geen GTST is een dag niet geleefd. Dat de afleveringen GTST die ik in m’n leven gezien heb op één hand te tellen zijn, hoef ik ze niet tegen te werpen. ‘Jij begrijpt dat gewoon niet.’ En nog voordat ik de hele geschiedenis van GTST voor m’n kiezen krijg, kies ik het hazenpad. Soaps, ze kunnen me gestolen worden. Er is slechts één personage dat ik in levende lijven zou herkennen. Ludo, de godfather van de Nederlandse soap, maar vraag me niet wat zijn werkelijke naam is. Geen flauw idee. En dat wil ik graag zo houden.

Ludo Sanders stond daadwerkelijk in supermarkt waar ik ook mijn boodschappen doe. Sterker nog, hij stond echt op de zuivelafdeling, waarschijnlijk gewoon te twijfelen tussen belegen of extra belegen kaas. Ludo Sanders, slaaf van zijn script. Geen angstaanjagende schurk, hoewel hij die rol wellicht met verve acteert. Gezien de reacties in de supermarkt zijn er toch mensen die twijfelen. Zou het echt zijn? Moeten we de politie bellen?

Iets soortgelijks overkwam mij na het schrijven van de laatste blog. Nee, helaas. Ik werd niet herkend in de supermarkt. Niet eens aangesproken op straat – het leven van een anonieme blogger gaat nu eenmaal niet over rozen. De spaarzame lezers die ik heb vroegen zich slechts af over wie de laatste blog ging. Is het echt gebeurd? Hoe heet ze? Was ze echt zo mooi? Er was zelfs een bloedfanatieke volger die naar de naam van haar scharrel viste.

Helaas moet ik een hoop lezers teleurstellen. Mijn columns zijn over het algemeen een creatieve afspiegeling van de werkelijkheid, waar fictie en waarheid elkaar meer dan eens kruisen over een dun randje dat ik graag de gulden middenweg noem. Een column dient als vergrootglas van de schrijver, althans in mijn geval. Als ik vanavond twee keer op m’n vingers fluit, dan heb ik morgen een concert gegeven voor 20.000 uitzinnige fans. Ik ben geen RTL nieuws en niet alles is wat het lijkt. Maar soms wel.

Een column is een spiegel, als een aap erin kijkt, kijkt er geen apostel terug.


Kroegverhaal

maart 24, 2010

Het is vrijdagavond en de klok van negen uur heeft nog niet geslagen. Met m’n handen diep in m’n zakken loop ik tegen een guur windje in richting het Leidseplein. Zoals het een gezonde vrijdag betaamt is het behoorlijk druk. Een mengelmoes van studenten en toeristen maakt zich meester over het plein, scherp in de gaten gehouden door de sterke arm der wet. Nors kijken twee dienders vanaf een behoorlijk uit de kluiten gewassen pony toe op de menigte. Verder is alles als het gebruikelijke. De baltovenaar zit nog altijd op zijn kartonnetje en de drukte bij de pinautomaten doet vermoeden dat het gratis is.

Ze werd steeds mooier, een prinses. Ik bleef hetzelfde, twee keer zes. [1]

Vanuit de verte komt ze op me af gelopen, nee gezweefd. Door haar lichte, gracieuze pasjes lijkt het alsof de zwaartekracht geen vat op haar weet te krijgen. Ze zweeft, zoals prinsessen dat doen in Hollywoodfilms. Samen lopen we naar een café om de hoek. Naast haar gracieuze tred voel ik me een schaap op drie poten. Een klunende schaatser die zich, met een flinke zak aardappelen op zijn rug, naar de eindstreep vecht. Ik kijk opzij en glimlach. Ze lacht lief terug.

Je hebt de allermooiste ogen lief, maar dat is niet wat ik bedoel. [2]

Een tafeltje in het hoekje van de kroeg vormt het decor van onze gesprekken die slechts onderbroken worden als we dorst krijgen. Haar verschijning trekt de aandacht. De glazenhaler, wulpser dan een Limburgse priester, staat vaker dan me lief is aan ons tafeltje tevergeefs naar oogcontact te zoeken. Verse viltjes, nieuwe kaarsjes, lege glazen. Ieder excuus om even naast haar te staan wordt met beide handen aangegrepen. Het is druk, rumoerig en warm, maar de tijd vliegt voorbij. Uren lang doe ik net alsof ik luister, maar in werkelijkheid zink ik weg in een blauwe oase. Die ogen, je zou er maar in vallen. Weerloos zou ik verdrinken. Ik vang een woord op. ‘Scharrel.’ Bam! Ik ben weer terug in de werkelijkheid, met twee voeten op aarde. Het geroezemoes van de kroeg, dat eerder vakkundig naar de achtergrond was gedirigeerd, overstemt m’n gedachten. Snel een slok bier. Dood. Met moeite slik ik de lauwe nattigheid door. Scharrel, zei ze scharrel? Razendsnel probeer ik het gesprek terug te spoelen. De kroeg lijkt ineens bomvol te staan en het geroezemoes heeft plaatsgemaakt voor herrie. Links en rechts van me worden felle discussies gevoerd. Overal klinkt lawaai. M’n geheugen laat me in de steek, het komt niet meer terug. Ik kan me niet meer herinneren wat ik eigenlijk al niet hoorde. En dat is maar goed ook.  Vanachter haar drankje lacht ze me lief toe. Of uit. Zonder scharrel is ze leuker.

En als ze lacht, dan lacht de wereld met haar mee. [3]


[1] Acda en de Munnik – Bij Haar Zijn

[2] Acda en de Munnik – Die Man Zijn

[3] Acda en de Munnik – Als Ze Lacht


Democratisch Drama

februari 26, 2010

‘Courage is going from failure to failure without losing enthusiasm.’, zo luidt een gezegde van Sir Winston Churchill. Ervan uitgaande dat dit gezegde een kern van waarheid behelst, kan Balkenende met geen mogelijkheid een gebrek aan moed worden ontzegd. Na drie gevallen kabinetten, een vierde rompkabinet en, als klap op de vuurpijl, een hernieuwd politiek leiderschap kan hem evenmin een gebrek aan enthousiasme worden verweten. Balkenende bewijst keer op keer dat hij durft te falen en wil bovendien van geen wijken weten. De promotiecampagne voor Balkenende V draait bovendien al op volle toeren. Je zal het maar hebben, zo’n ongebreideld vertrouwen dat politiek verwerft tot een ongecompliceerde kansberekening. ‘Na vier misbaksels kan het vrijwel niet anders dan slagen.’ je hoort het Balkenende zo denken. Churchill zou het omschrijven als moed, Van Dale als overmoed: een grotere moed dan de situatie rechtvaardigt.

De grootste tekortkoming onder het bewind van Balkenende is dat het kabinet stelselmatig heeft nagelaten om belangrijke beslissingen te nemen. ‘I never worry about action, only inaction.’ Het is wederom Churchill die de spijker op zijn kop slaat. Drie jaar na dato zijn van de plannen opgesteld in het regeerakkoord bar weinig terechtgekomen. Daaruit zouden consequenties getrokken moeten worden. Het is voor Balkenende en het CDA, na bijna acht jaar wanbeleid, tijd om een pas op de plaats te maken.

Democratie is vooralsnog de minst slechte staatsvorm denkbaar, zo heeft de geschiedenis inmiddels uitgewezen. Uit vele kwaden hebben we de minst kwade gekozen. En daarmee is direct duidelijk dat democratie allesbehalve onfeilbaar is. Wellicht het beste argument tegen democratie als staatsvorm is om enkele minuten met de gemiddelde stemgerechtigde te praten. Politiek is nog maar een bijzaak. Voor Jan Modaal is de vraag wat er in het tuintje van Jan Smit groeit van groter belang dan de krimpende kenniseconomie. Heeft Yolanthe nu wel of niet de waterkoker meegenomen? Wie heeft volgens André Rieu schuld aan de diskwalificatie van Sven Kramer? Dat zijn vragen die Nederland bezighoudt. Uruzgan? Dat is toch die gevangenis uit de boeken van Harry Potter?

De PVV van Geert Wilders is één van de snelst groeiende partijen, maar dat die laatste V voor vrijheid – en dus ook de vrijheid om een hoofddoekje te dragen – hoort te staan, zijn schijnbaar veel kiezers vergeten. De RMP maakt het zo mogelijk nog bonter. ‘Homoseksualiteit is een afwijking en moet bestreden worden.’, aldus de lijsttrekker van de Republikeinse Moderne Partij. Waarschijnlijk hoort modern hier geïnterpreteerd te worden als middeleeuws. Dat de Partij voor de Dieren – alsof alle andere partijen tégen de dieren zijn – opkomt voor fauna mag geen verrassing heten. Als in het Drentse Gasselterboerveenschemond een ezel verkouden is, stelt Marianne Thieme kamervragen.

De fragmentatie van het politieke landschap heeft een rariteitenkabinet aan vreemde partijen, met zo mogelijk nog vreemdere standpunten als gevolg. Dit in combinatie met een toenemende desinteresse van de kiezer zorgt er naar alle waarschijnlijkheid voor dat we tegen het einde van het jaar met Balkenende V opgescheept zitten.

Lang leve de democratie!


Follow

Get every new post delivered to your Inbox.