Ik wil je graag vertellen wat er rondspookt in m’n hoofd. Zou iemand mij het zeggen, zou het nooit hebben geloofd. [1]
M’n stiltes vallen op. De minuten verstrijken gestaag terwijl ik hopeloos verdwaal in haar grote mooie ogen. Een beetje groen en iets meer bruin. Alsof je door een bos loopt en de lente kan ruiken. Het gesprek dat ze voert met een vriendin gaat volledig aan me voorbij. Als ze plots opkijkt en vraag wat er is, mompel ik wat onverstaanbare woorden om vervolgens snel weg te kijken. M’n eigen lafheid overvalt me. Ik denk met m’n benen en zou het liefst hard wegrennen. ‘Ik wil je graag vertellen, maar ik kan niet, weet niet hoe.’
Il n’y a pas d’amour perdu.
Verliefdheid heeft onmiskenbare gelijkenissen met huiduitslag. De gedachte alleen al maakt het heviger en erger. Het bieden van weerstand lijkt op voorhand zinloos, maar is vooralsnog het enige wat ik doe. Het kriebelt, maar als ik krab wordt het niet minder. Het brandt, maar als ik blus, dan dooft er niets. Het beweegt, maar als ik slaap blijft het wakker. Verlangen maakt me onrustig als een klein jochie op de vooravond van z’n verjaardag. In de liefde is niets meer overtuigend dan een moedige dwaasheid. Ik weet wat er komen gaat.
Een grote hartstocht moet je volgen.
[1] Acda en de Munnik – Wacht Op Mij
Ik word een beetje moe van jouw pseudo-romantische stukjes! Schrijf weer eens een stukje waar je meer dan 5 minuten hersenspinsels aan hebt besteed.